De geschiedenis van DAF in de Dakar Rally draait vooral om één naam: Jan de Rooy. Tussen 1982 en 1988 ontwikkelde zijn team een reeks steeds radicalere rallytrucks, van de herkenbare DAF ‘De Neus’ tot de tweemotorige TurboTwin. De overwinning in het vrachtwagenklassement van 1987 vormde het sportieve hoogtepunt. Een jaar later liet de DAF 95 TurboTwin X1 zien dat een wedstrijdtruck zelfs de snelste rallyauto’s kon bijhouden. Het dodelijke ongeval met de tweede teamtruck maakte in 1988 echter abrupt een einde aan dit fabriekshoofdstuk.
Daarmee is het verhaal meer dan een opsomming van uitslagen. De Dakar-DAF’s laten zien hoe snel de techniek en professionaliteit binnen de rallyraid zich in de jaren tachtig ontwikkelden. Ze bezorgden het Nederlandse merk een plaats in de internationale autosportgeschiedenis en maakten van De Rooy een van de bekendste truckcoureurs van zijn generatie.
Van De Neus naar de tweemotorige The Bull
Jan de Rooy had al een naam opgebouwd in de rallycross toen hij zich op de woestijnrally richtte. In 1982 verscheen hij aan de start met een DAF NTT 2800, bijgenaamd ‘De Neus’. De truck was door zijn torpedocabine direct herkenbaar en eindigde als derde in het vrachtwagenklassement. Voor een eerste Dakar-deelname was dat een opvallend resultaat, zeker in een tijd waarin rallytrucks nog dicht bij zware terrein- en servicetrucks stonden.
Een jaar later volgde opnieuw een derde plaats, ditmaal met de hoekige DAF FA 3300 die bekend werd als ‘De Koffer’. De ervaringen uit deze eerste deelnames maakten duidelijk dat alleen een sterke dieselmotor en vierwielaandrijving niet genoeg waren. In mul zand moest een truck zijn vermogen bruikbaar op de ondergrond krijgen, terwijl het gewicht, de koeling en de betrouwbaarheid tijdens lange etappes beheersbaar moesten blijven.
De oplossing van De Rooy was even eenvoudig in gedachte als ingewikkeld in uitvoering: twee aandrijflijnen. Voor de Dakar van 1984 bouwde het team de DAF Dubbelkop, ook wel het Tweekoppige Monster genoemd. De truck had aan beide uiteinden een cabinevorm en beschikte over twee motoren. Iedere motor dreef een eigen as aan. Het experimentele voertuig viel uit, maar legde wel de technische basis voor de volgende generatie.
In 1985 verscheen de DAF 3300 ‘The Bull’. De tweede cabine was verdwenen en de carrosserie werd doelgerichter vormgegeven, terwijl het principe van twee motoren behouden bleef. De truck eindigde als tweede in zijn klasse. Daarmee bewees De Rooy dat de ongebruikelijke constructie niet alleen voor publiciteit zorgde, maar daadwerkelijk competitief kon zijn.
Deze Dakar-projecten vormden slechts één bijzonder hoofdstuk binnen de bredere geschiedenis van DAF. Waar de reguliere trucks werden ontwikkeld voor betrouwbaar en efficiënt transport, werden in de woestijn dezelfde basiskennis van dieselmotoren en zware voertuigtechniek tot het uiterste gedreven.
De TurboTwin maakte van een truck een rallyprototype
Voor 1986 werd het tweemotorige concept verder uitgewerkt tot de eerste DAF TurboTwin. De naam verwees naar de combinatie van twee turbodieselmotoren. De truck was niet langer vooral een aangepast bedrijfsvoertuig, maar steeds duidelijker een speciaal voor rallygebruik ontwikkeld prototype. Vermogen, gewichtsverdeling, veerwegen, aandrijving en koeling werden als één geheel benaderd.
Het grote voordeel van de dubbele aandrijflijn was dat veel vermogen over beide assen kon worden verdeeld. Dat hielp bij het accelereren op een harde piste, maar ook bij het vasthouden van tractie in los zand. Tegelijkertijd bracht de constructie grote technische uitdagingen mee. Twee motoren betekenden immers ook meer warmte, extra leidingen, een ingewikkelde bediening en meer onderdelen die tijdens een duizenden kilometers lange rally defect konden raken.
De mechanische complexiteit vroeg bovendien veel van de bemanning. Een Dakartruck moest niet alleen snel zijn, maar onderweg ook gerepareerd kunnen worden. De monteur reisde daarom mee in de cabine. Problemen moesten vaak zonder volledig uitgeruste werkplaats worden opgelost, terwijl de klok doorliep en de volgende etappe alweer wachtte.
De TurboTwin was mede zo indrukwekkend doordat de prestaties niet pasten bij het traditionele beeld van een vrachtwagen. De truck combineerde het formaat en gewicht van een zwaar voertuig met een acceleratie en topsnelheid die in de buurt kwamen van veel wedstrijdauto’s. Dat maakte de DAF tot een publiekstrekker, maar liet ook zien dat de technische ontwikkeling sneller ging dan de veiligheidskaders van de toenmalige truckcategorie.
De overwinning van 1987 en het keerpunt van 1988
In 1987 kwam alles samen in de DAF TurboTwin II. Jan de Rooy won met deze truck het vrachtwagenklassement van de Parijs-Dakar Rally. Het was de bekroning van een ontwikkelingslijn die vijf jaar eerder met De Neus was begonnen. De eerdere podiumplaatsen en technische tegenslagen hadden het team stap voor stap naar een winnende rallytruck geleid.
Voor de editie van 1988 werd de lat nog hoger gelegd. De DAF 95 TurboTwin X1 was bedoeld om niet alleen de andere trucks te verslaan, maar ook hoog in het gezamenlijke klassement mee te doen. Hoewel de cabine uiterlijk aansloot bij de toen nieuwe DAF 95, ging onder de carrosserie een gespecialiseerde wedstrijdmachine schuil. De twee motoren en de ver doorontwikkelde aandrijving maakten de X1 tot de meest extreme uitvoering van het TurboTwin-concept.
Uit die rally stammen de beroemde helikopterbeelden waarop De Rooy met zijn DAF naast de Peugeot 405 Turbo 16 van Ari Vatanen rijdt en de rallyauto op snelheid passeert. Het fragment werd het visuele bewijs dat een truck op een snelle woestijnpiste niet automatisch onderdeed voor een prototype uit de autocategorie. Juist dat onwaarschijnlijke beeld maakte de X1 wereldwijd beroemd.
De Dakar van 1988 kreeg echter een tragische wending. De tweede snelle DAF, de TurboTwin X2 van Theo van de Rijt, sloeg tijdens een etappe in Niger meerdere keren over de kop. Bemanningslid en DAF-ingenieur Kees van Loevezijn kwam bij het ongeval om het leven; Van de Rijt en monteur Chris Ross raakten gewond. Het team trok de overige trucks terug en DAF beëindigde zijn officiële deelname aan de rally.
Door die afloop kan het seizoen van 1988 niet uitsluitend als een technisch hoogtepunt worden beschreven. De prestaties van de X1 waren uitzonderlijk, maar het ongeval met de X2 maakte pijnlijk duidelijk welke risico’s verbonden waren aan de hoge snelheden en de nog beperkte veiligheidsvoorzieningen van die periode.
Waarom de Dakar-DAF’s nog altijd tot de Wall of Fame behoren
De betekenis van DAF in de Dakar Rally ligt niet in een lange reeks eindzeges. Het merk en Team De Rooy worden vooral herinnerd vanwege hun technische lef en de zichtbare ontwikkeling van hun trucks. In enkele jaren veranderde een aangepaste terreintruck in een doelgebouwd rallyprototype met twee motoren, een eigen chassisconcept en prestaties waarmee zelfs de kop van het autoveld kon worden aangevallen.
Ook de opeenvolgende bijnamen droegen bij aan de herkenbaarheid. De Neus, De Koffer, de Dubbelkop, The Bull en de TurboTwin waren geen anonieme wedstrijdvoertuigen. Iedere truck vertegenwoordigde een volgende stap en had een uitgesproken uiterlijk. Daardoor bleven ze ook buiten de rallywereld herkenbaar voor chauffeurs, modelbouwers en liefhebbers van historische bedrijfswagens.
Jan de Rooy keerde in 2002 terug naar de Dakar en reed opnieuw met trucks op DAF-basis. Het meest bepalende DAF-tijdperk bleef echter de periode van 1982 tot en met 1988. De combinatie van Nederlandse voertuigtechniek, ondernemerschap en een bijna onbeperkte drang naar snelheid maakte deze jaren uniek.
Verschillende historische Dakartrucks zijn bewaard gebleven en worden bij evenementen en in museale collecties getoond. Daar valt pas goed op hoe groot en technisch ongebruikelijk de voertuigen zijn. Wie het merk vanuit zijn historische betekenis wil bekijken, vindt deze machines dan ook terecht terug bij DAF in de Wall of Fame.
De DAF TurboTwin staat uiteindelijk symbool voor een tijd waarin de Dakar nog volop ruimte bood aan onconventionele ideeën. De overwinning van 1987, de beelden uit 1988 en de tragische afloop van dat laatste fabrieksoffensief vormen samen een verhaal van innovatie, snelheid en risico. Precies die combinatie zorgt ervoor dat DAF en Jan de Rooy onlosmakelijk verbonden blijven met de geschiedenis van de Dakar Rally.



