Een autolaadkraan is een op een vrachtwagen gemonteerde hijskraan. De kraan gebruikt meestal hydraulische kracht om lading op te tillen, te verplaatsen en naast of achter het voertuig neer te zetten. Daardoor kan een chauffeur bijvoorbeeld bouwmaterialen, machines, containers of groenvoorzieningsmateriaal laden en lossen zonder aparte mobiele kraan.
Kenmerkend is de scharnierende giek, die compact kan worden opgevouwen voor het rijden. Tijdens het werk wordt de vrachtwagen afgestempeld, waarna hydraulische cilinders de kraanarmen heffen, knikken en uitschuiven. Hoeveel de kraan mag tillen, hangt vooral af van het lastgewicht, de horizontale afstand tot de kraan, de stand van de giek en de stabiliteit van het voertuig.
Wat maakt een autolaadkraan anders dan een gewone hijskraan?
Een autolaadkraan vormt één geheel met het voertuig. De kraan staat doorgaans direct achter de cabine of aan de achterzijde van het chassis. Een montage achter de cabine is praktisch voor algemeen laad- en loswerk. Een achterop gemonteerde kraan kan gunstig zijn wanneer veel achter het voertuig wordt gewerkt, maar de gekozen positie beïnvloedt ook de asbelasting, laadruimte en stabiliteit.
In tegenstelling tot een mobiele telescoopkraan is een autolaadkraan bedoeld om mee te rijden als onderdeel van de vrachtwagen. De constructie is daarom relatief compact en opvouwbaar. De vrachtwagen vervoert niet alleen de kraan, maar vaak ook de lading die ermee wordt behandeld. Het gewicht van de kraan, de hulpconstructie en de stempels gaat wel ten koste van het beschikbare laadvermogen.
De meeste uitvoeringen hebben een knikarmconstructie. Een hoofdgiek scharniert omhoog vanuit de kraankolom, terwijl een tweede arm naar buiten kan knikken. Telescopische uitschuifdelen vergroten vervolgens het bereik. Afhankelijk van het werk kan aan de kraanpunt een haak, pallethaak, grijper, rotator, stenenklem of ander hulpstuk worden gemonteerd. Sommige kranen hebben daarnaast een hydraulische jib voor extra bereik of een lier om een last verticaal te hijsen.
De autolaadkraan is daarmee vooral een veelzijdig laad- en positioneermiddel. Wie eerst de werking van motor, aandrijflijn en chassis wil begrijpen, vindt de samenhang tussen deze systemen in de uitleg over hoe een vrachtwagen werkt.
Welke onderdelen zorgen voor de hijsbeweging?
De kraan bestaat uit een dragende constructie, een hydraulisch systeem en een bedienings- en beveiligingssysteem. Die onderdelen moeten nauw samenwerken: de staalconstructie neemt de krachten op, de hydrauliek veroorzaakt de beweging en de beveiliging bewaakt onder meer de belasting en voertuigstabiliteit.
| Onderdeel | Functie |
|---|---|
| Kraanvoet en kolom | Verbinden de kraan met het hulpframe en maken het zwenken mogelijk. |
| Hoofd- en knikgiek | Heffen de last en veranderen de werkhoogte en vlucht. |
| Hydraulische uitschuifdelen | Vergroten de reikwijdte van de kraan. |
| Hydrauliekpomp en olietank | Leveren en bewaren de hydraulische olie voor de aandrijving. |
| Ventielen en cilinders | Regelen de richting, snelheid en kracht van de bewegingen. |
| Stempelbalken en stempelpoten | Vergroten het steunvlak en helpen kantelen van het voertuig voorkomen. |
| Bediening en beveiliging | Vertalen commando’s van de machinist en begrenzen onveilige bewegingen. |
Van motorkracht naar hydraulische druk
Bij een conventionele installatie drijft de vrachtwagenmotor via een krachtafnemer, meestal PTO genoemd, een hydrauliekpomp aan. De PTO wordt aan de versnellingsbak of aandrijflijn gekoppeld wanneer de vrachtwagen stilstaat en de kraan moet werken. De pomp zuigt olie uit een reservoir aan en brengt deze onder druk.
Wanneer de machinist een hendel of functie op de afstandsbediening bedient, stuurt een regelventiel de oliestroom naar een bepaalde cilinder of hydraulische motor. Olie aan de ene zijde van een cilinder duwt de zuiger naar buiten; voor de tegenovergestelde beweging wordt de stroomrichting omgekeerd. Zo kunnen de giekdelen heffen, dalen, knikken en uitschuiven. Het zwenkmechanisme laat de kraankolom en giek rond de kraanvoet draaien.
Niet iedere installatie gebruikt exact dezelfde aandrijving. Er bestaan ook systemen met een afzonderlijke hydraulische powerpack of elektrische ondersteuning. Het basisprincipe blijft gelijk: een pomp zet toegevoerde energie om in oliedruk en oliestroom, waarna actuatoren die hydraulische energie omzetten in beweging.
Waarom de kraan kan vouwen
De scharnierende giek maakt het mogelijk om een groot werkbereik te combineren met een compacte transportstand. Na het werk worden de uitschuifdelen ingetrokken en worden de armen tegen elkaar gevouwen. De kraan rust vervolgens in de voorgeschreven transportpositie. De stempelpoten en stempelbalken moeten eveneens volledig worden ingetrokken en vergrendeld voordat het voertuig de weg op gaat.
Hoe verloopt het werken met een autolaadkraan?
Het hijswerk begint vóórdat de giek beweegt. De machinist beoordeelt eerst de werkplek, de last en de beschikbare ruimte. Daarbij zijn onder meer een hellende of zachte ondergrond, putten, bermranden, verkeer, gebouwen en bovengrondse leidingen van belang. Ook moet bekend zijn hoeveel de last weegt en waar het zwaartepunt ongeveer ligt.
- Voertuig positioneren: de vrachtwagen wordt zo neergezet dat de kraan de last met zo weinig mogelijk vlucht kan bereiken.
- Voertuig beveiligen: de parkeerrem wordt geactiveerd en de aandrijving van het voertuig staat in de voorgeschreven toestand.
- PTO en hydrauliek inschakelen: de hydrauliekpomp wordt aangedreven en de kraanbesturing wordt actief.
- Afstempelen: de stempelbalken worden uitgeschoven en de poten worden volgens de bedieningsvoorschriften op druk gezet.
- Kraan ontvouwen: de giek wordt gecontroleerd uit de transportstand gebracht.
- Last aanslaan en hijsen: geschikt hijsgereedschap wordt correct aan de last bevestigd, waarna deze rustig wordt opgenomen.
- Last verplaatsen: de machinist combineert hef-, knik-, zwenk- en uitschuifbewegingen om de last te positioneren.
- Inpakken: na het werk worden kraan en stempels volledig in transportstand gebracht en gecontroleerd.
Bediening is mogelijk via vaste hendels op de kraan of met een radiografische afstandsbediening. Een afstandsbediening geeft de machinist meer vrijheid om een positie met goed zicht op de last en omgeving te kiezen. Goed zicht vervangt echter niet de noodzaak van duidelijke communicatie wanneer een begeleider of aanpikker bij het werk betrokken is.
Hijscapaciteit, stabiliteit en veilig gebruik
De maximale hijscapaciteit van een autolaadkraan is geen vast gewicht dat overal binnen het bereik geldt. Naarmate de last verder van de kraankolom komt, neemt het kantelende moment toe. Dit wordt vaak uitgelegd als het gewicht van de last vermenigvuldigd met de horizontale afstand tot de kraan.
Een last van twee ton op vier meter veroorzaakt in een vereenvoudigd statisch voorbeeld ongeveer hetzelfde lastmoment als één ton op acht meter. In de praktijk spelen ook het eigen gewicht van de giek, de stand van de armen, hulpstukken, dynamische krachten en de richting waarin wordt gehesen mee. Daarom is altijd de lasttabel of de elektronische capaciteitsaanduiding van de betreffende kraan bepalend.
De nominale grootte van een autolaadkraan wordt vaak in tonmeter aangeduid. Dat getal is handig om kraanklassen globaal te vergelijken, maar zegt niet zelfstandig hoeveel gewicht op een bepaalde afstand mag worden gehesen. Twee kranen met een vergelijkbare tonmeterklasse kunnen verschillende gieklengtes, lasttabellen en afstempelconfiguraties hebben.
Stempelpoten vergroten het steunvlak van de vrachtwagen en voeren een deel van de krachten naar de bodem af. Ze maken een slechte ondergrond echter niet vanzelf geschikt. Op zachte bestrating, zand of onvoldoende verdichte grond kunnen stempelpoten wegzakken. Passende stempelplaten verdelen de druk over een groter oppervlak, maar de draagkracht van de ondergrond moet nog steeds worden beoordeeld. Het voertuig mag bovendien niet willekeurig verder worden opgedrukt dan de fabrikant voorschrijft.
Moderne autolaadkranen kunnen zijn uitgerust met systemen die de giekstand, hydraulische druk, stempelpositie en belasting bewaken. Wanneer de grens van het toegestane werkgebied wordt bereikt, kan het systeem waarschuwen, de kraansnelheid aanpassen of bewegingen blokkeren die het lastmoment verder vergroten. De aanwezige functies en hun werking verschillen per model en uitvoering. Een beveiligingssysteem is daarom geen vervanging voor vakbekwaam gebruik en kennis van de handleiding.
Voor ieder gebruik verdienen hydrauliekslangen, koppelingen, pennen, haken, borgingen, stempels en hijsmiddelen aandacht. Schokkerige bediening moet worden vermeden, omdat abrupt stoppen, snel zwenken of het lostrekken van een vastzittende last extra krachten veroorzaakt. Personen horen nooit onder een hangende last te staan. Ook zijwaarts slepen en hijsen met onbekend lastgewicht brengen grote risico’s met zich mee.
Een autolaadkraan werkt dus door motorkracht of een andere energiebron om te zetten in hydraulische druk. Daarmee beweegt de kraan een scharnierende en uitschuifbare giek, terwijl de stempels het voertuig ondersteunen. De praktische inzetbaarheid wordt uiteindelijk niet alleen bepaald door het bereik van de kraan, maar door de combinatie van lastmoment, afstempeling, chassis, ondergrond, hulpstuk en bediening.



