Een autolaadkraan kan, afhankelijk van het model en de positie van de last, enkele honderden kilo’s tot meerdere tientallen tonnen tillen. Het juiste antwoord staat daarom nooit in één algemeen gewicht. De capaciteit wordt bepaald door het lastmoment in tonmeter, de horizontale afstand tot de kraan en de stabiliteit van het voertuig. Hoe verder de kraanarm wordt uitgeschoven, hoe minder gewicht de kraan mag heffen.
De belangrijkste bron is altijd het lastdiagram van de betreffende kraan. Daarop staat hoeveel kilogram bij een bepaalde vlucht en kraanconfiguratie is toegestaan. De grootste waarde uit een brochure of op de typeplaat zegt weinig als de last meters naast de vrachtwagen moet worden geplaatst.
Hefvermogen van een autolaadkraan in de praktijk
Autolaadkranen zijn verkrijgbaar in zeer uiteenlopende formaten. Compacte laadkranen worden gebruikt voor bouwmaterialen, bestrating, groenvoorziening en distributiewerk. Zwaardere uitvoeringen kunnen machines, containers, constructiedelen en andere zware lasten verplaatsen. In de markt worden laadkranen vaak globaal ingedeeld naar hun capaciteit in tonmeter.
| Indicatieve klasse | Lastmoment | Veelvoorkomende inzet |
|---|---|---|
| Licht | Minder dan circa 12 tm | Pallets, bouwmaterialen en lichte distributie |
| Middelzwaar | Circa 12 tot 30 tm | Steen, hout, machines en materieel |
| Zwaar | Circa 30 tot 100 tm | Containers, constructiedelen en zwaar transport |
| Zeer zwaar | Meer dan circa 100 tm | Gespecialiseerd hijswerk met grote vlucht of hoogte |
Deze indeling beschrijft het lastmoment en niet het gewicht dat onder alle omstandigheden aan de haak mag hangen. Een kraan van 30 tm tilt dus niet automatisch 30 ton. Alleen bij een theoretische afstand van één meter zou die eenvoudige rekensom uitkomen op 30 ton. In werkelijkheid spelen de geometrie van de kraan, de massa van de giek en de constructieve grenzen van het systeem mee.
Dicht bij de kraankolom kan een zware autolaadkraan soms meerdere tonnen opnemen. Op maximale horizontale reikwijdte kan de toegestane last teruglopen tot een fractie daarvan. Bij lange gieken of een hydraulische fly-jib kan het verschil bijzonder groot zijn.
Wat betekent tonmeter bij een laadkraan?
Een tonmeter, afgekort als tm, is een maat voor het lastmoment. Dit moment ontstaat door het gewicht van de last te vermenigvuldigen met de horizontale afstand tussen het hart van de kraankolom en het aangrijpingspunt van de last.
Lastmoment in tm = last in tonnen × horizontale vlucht in meters.
Een theoretische kraan van 20 tm zou volgens deze eenvoudige berekening bij twee meter afstand 10 ton kunnen tillen. Bij vijf meter wordt dat 4 ton en bij tien meter 2 ton. Dit zijn uitsluitend rekenvoorbeelden. De werkelijke waarden liggen vaak lager, omdat ook de eigen massa van het gieksysteem, aanbouwdelen en veiligheidsmarges invloed hebben.
De vlucht is bovendien iets anders dan de uitgeschoven lengte van de kraanarm. Voor het lastmoment telt de horizontale afstand. Wanneer de giek omhoog staat, kan de arm lang zijn terwijl de horizontale vlucht relatief beperkt blijft. Daarom kan een laadkraan in sommige situaties hoog boven een gebouw meer tillen dan ver horizontaal naast de truck.
Het lastdiagram vertaalt al deze eigenschappen naar toegestane lasten. Het vermeldt bijvoorbeeld hoeveel kilogram de kraan bij verschillende gieklengtes, hoogtes en vluchten mag hijsen. Bij uitvoeringen met fly-jib, lier of handmatige uitschuifdelen horen aanvullende diagrammen of configuratiewaarden.
Welke factoren verlagen de werkelijke capaciteit?
De afstand tot de kraan is de grootste factor, maar niet de enige. De maximale hijslast kan ook veranderen door de opstelling van het voertuig en de richting waarin wordt gewerkt.
- Afstempeling: het lastdiagram gaat uit van een bepaalde stand en uitschuifbreedte van de steunpoten. Gedeeltelijk uitgeschoven stempels kunnen een lagere capaciteit betekenen.
- Werkrichting: hijsen over de achterzijde, zijkant of cabine belast het chassis anders. Moderne stabiliteitssystemen kunnen per werksector een andere grens hanteren.
- Ondergrond: zachte grond, putten, taluds en onvoldoende draagkracht vergroten het risico op wegzakken of kantelen. Geschikte stempelplaten verdelen de druk, maar maken een ongeschikte opstelplaats niet automatisch veilig.
- Hulpstukken: een rotator, stenenklem, grijper, lier, haakblok of fly-jib heeft zelf massa. Die massa maakt deel uit van de totale last aan de kraan.
- Chassis en hulpframe: de kraan moet passen bij de sterkte, asconfiguratie en opbouw van de vrachtwagen. Niet iedere kraan kan zonder meer op ieder chassis worden gemonteerd.
- Dynamische belasting: abrupt stoppen, slingeren, schuin trekken en windbelasting veroorzaken extra krachten die niet in een eenvoudige tonmeterberekening zichtbaar zijn.
Ook het gewicht van de vrachtwagencombinatie blijft van belang. Een kraan kan technisch sterk genoeg zijn om een last te heffen, terwijl de truck diezelfde last niet wettelijk mag vervoeren. De kraan, het hulpframe, de steunpoten en eventuele hulpstukken verlagen het resterende laadvermogen. Daarnaast mogen de toegestane voertuig- en aslasten niet worden overschreden.
Bij een elektrische kraantruck tellen ook de gekozen batterijconfiguratie en de energievoorziening van de kraan mee in de inzetplanning. Wie zo’n voertuig samenstelt, moet hefbereik, nuttig laadvermogen en actieradius als één geheel beoordelen. Lees daarvoor ook hoe ver een elektrische truck kan rijden.
Zo bepaal je hoeveel een specifieke autolaadkraan mag tillen
Begin niet met het maximale aantal tonmeter, maar met de hijstaak. Bepaal het werkelijke gewicht van het object, inclusief hijsmiddelen en gemonteerde hulpstukken. Meet vervolgens de benodigde horizontale vlucht vanaf het hart van de kraankolom tot het zwaartepunt van de last. Houd daarbij ook rekening met de plaats waar de last moet worden neergezet.
- Controleer het gewicht en het zwaartepunt van de complete last.
- Bepaal de grootste vlucht tijdens de volledige hijsbeweging.
- Selecteer het juiste lastdiagram voor de gebruikte giekconfiguratie.
- Controleer de voorgeschreven afstempeling en toegestane werksector.
- Beoordeel de draagkracht, vlakheid en beschikbare ruimte van de opstelplaats.
- Controleer of voertuig, hulpframe, assen en banden geschikt en correct belast zijn.
- Gebruik hijsmiddelen met voldoende werklast en tel hun gewicht bij de last op.
Een elektronische lastmomentbegrenzer is een belangrijk veiligheidssysteem, maar geen vervanging voor deze voorbereiding. Het systeem bewaakt de kraan binnen de ingestelde configuratie en kan bewegingen beperken zodra een grens wordt bereikt. De machinist blijft verantwoordelijk voor een correcte opstelling, passende hijsmiddelen en een beheerste uitvoering.
De kortste betrouwbare conclusie is daarom: een autolaadkraan tilt precies zoveel als het lastdiagram bij de actuele vlucht en opstelling toestaat. Het tonmetergetal geeft een nuttige eerste indicatie, maar alleen de combinatie van kraanconfiguratie, afstempeling, werkrichting en lastafstand bepaalt hoeveel kilogram daadwerkelijk veilig aan de haak mag.



