Autolaadkraan op een vrachtwagen: werking, capaciteit en voorbeelden

Autolaadkraan op een vrachtwagen: werking, capaciteit en voorbeelden

Een autolaadkraan maakt een vrachtwagen zelfstandig inzetbaar voor laden, lossen en hijsen. Lees hoe de hydrauliek werkt, wat tonmeter betekent en welke factoren de werkelijke capaciteit bepalen.

Een autolaadkraan is een hydraulische kraan die vast op het chassis van een vrachtwagen is gemonteerd. Daarmee kan de chauffeur lading meenemen én zelfstandig laden, lossen of op de juiste plaats zetten. De capaciteit wordt meestal aangeduid in tonmeter, maar het aantal tonmeter vertelt niet rechtstreeks hoeveel kilogram de kraan op iedere afstand kan hijsen. De horizontale afstand tot de kraan, de opstelling van de steunpoten, het eigen gewicht van de giek en de stabiliteit van het voertuig zijn minstens zo belangrijk.

Autolaadkranen worden onder meer gebruikt voor bouwmaterialen, machines, containers, glas, bestrating, groenvoorziening en bergingswerk. Afhankelijk van de toepassing kan de kraan achter de cabine, aan de achterzijde van de vrachtwagen of op een gespecialiseerde opbouw staan.

Hoe werkt een autolaadkraan?

De meeste autolaadkranen zijn knikarmkranen. De hoofdarm en knikarm kunnen hydraulisch bewegen, terwijl één of meer telescopische delen voor extra bereik zorgen. In transportstand wordt de kraan compact ingevouwen. Een onderframe brengt de krachten over op het vrachtwagenchassis.

Bij een conventionele dieseltruck wordt de hydraulische pomp doorgaans aangedreven via een power take-off, oftewel PTO. Deze nevenaandrijving haalt mechanisch vermogen uit de aandrijflijn. De pomp brengt hydrauliekolie onder druk, waarna regelventielen de oliestroom naar de verschillende cilinders en hydraulische motoren sturen. Bij elektrische trucks of bijzondere opbouwen kan een elektrisch aangedreven hydrauliekpomp worden toegepast.

De belangrijkste bewegingen zijn:

  • heffen en zakken van de hoofdarm;
  • knikken van de tweede arm;
  • in- en uitschuiven van de telescopische giekdelen;
  • zwenken van de kraankolom;
  • uitschuiven en afzetten van de steunpoten;
  • bedienen van een lier, grijper, rotator of ander hulpstuk.

De bediening gebeurt met hendels aan de kraan, via een bedieningspost of met een radiografische afstandsbediening. Afstandsbediening geeft de machinist meer vrijheid om een positie te kiezen met goed zicht op de last, de kraan en de omgeving.

Moderne kraanbesturingen bewaken onder meer de belasting, kraanstand en positie van de steunpoten. Wanneer de berekende grens wordt benaderd, kan het systeem bewegingen beperken die het lastmoment verder vergroten. Zo’n beveiliging vervangt de beoordeling door de machinist niet: ondergrond, wind, hulpstukken en obstakels blijven bepalend voor een veilige hijsbeweging.

De PTO en hydrauliek moeten niet worden verward met remsystemen voor langdurig afremmen. Daarover lees je meer in de uitleg over de werking en het gebruik van de Scania Retarder.

Capaciteit: tonmeter, vlucht en lastdiagram

De kraanklasse wordt vaak uitgedrukt in tonmeter, afgekort als tm. Dit is een maat voor het lastmoment: het gewicht van de last vermenigvuldigd met de horizontale afstand tussen de last en het hart van de kraan. Die horizontale afstand wordt ook wel de vlucht genoemd.

In vereenvoudigde vorm geldt: lastmoment = last × horizontale afstand. Een last van 2 ton op 5 meter vraagt rekenkundig een moment van 10 tonmeter. Dezelfde last op 10 meter vraagt 20 tonmeter. Verder reiken betekent dus dat het maximaal toegestane gewicht snel afneemt.

Last Horizontale afstand Rekenkundige momentvraag
4.000 kg 2 meter 8 tm
2.000 kg 5 meter 10 tm
1.000 kg 10 meter 10 tm
500 kg 16 meter 8 tm

Deze voorbeelden zijn alleen bedoeld om het principe te laten zien. Ze vormen geen hijstabel. De nominale kraanklasse is bovendien niet altijd gelijk aan het maximaal bruikbare lastmoment in iedere kraanstand. De werkelijke hijscapaciteit staat in het lastdiagram van de betreffende kraanuitvoering.

Dat diagram geeft per gieklengte en positie aan welke last is toegestaan. Daarbij kunnen onder meer de volgende factoren zijn verwerkt:

  • het eigen gewicht van de hoofdarm, knikarm en telescoopdelen;
  • de lengte, hoek en configuratie van de giek;
  • het gewicht van haak, lier, fly-jib, grijper of ander hulpstuk;
  • de mate waarin de steunpoten zijn uitgeschoven;
  • de werksector ten opzichte van de vrachtwagen;
  • de sterkte en stabiliteit van de complete opbouw.

Een kraan van bijvoorbeeld 20 tm kan dus niet zonder meer 20 ton hijsen. Zo’n gewicht zou rekenkundig alleen bij een zeer korte horizontale afstand binnen hetzelfde moment vallen, terwijl constructie, hijsmiddel, opstelling en voertuigbelasting aanvullende grenzen stellen. Voor iedere hijsbeweging is het modelspecifieke lastdiagram leidend.

Opbouw en stabiliteit van de vrachtwagen

Een autolaadkraan belast niet alleen zichzelf, maar de complete vrachtwagen. De kraanvoet staat daarom op een versterkt hulpframe dat de krachten over het chassis verdeelt. De keuze van chassis, wielbasis, aantal assen en asconfiguratie wordt afgestemd op de kraan, de laadbak en het beoogde werk.

De plaats van de kraan beïnvloedt zowel de inzetbaarheid als de gewichtsverdeling. Een kraan direct achter de cabine laat vaak een bruikbare laadruimte over en bevindt zich dicht bij het voorste deel van het chassis. Een achterop gemonteerde kraan kan gunstig zijn om achter de vrachtwagen te lossen of materiaal vanaf een aanhanger te bereiken. Daar staan extra eigen gewicht achteraan en een grotere invloed op de achterasbelasting tegenover.

Voor het hijsen worden de steunpoten uitgeschoven en op een draagkrachtige ondergrond afgezet. Ze vergroten de effectieve steunbasis, maar maken de vrachtwagen niet automatisch stabiel. Een zachte berm, putdeksel, leidingtracé of ongelijke ondergrond kan plaatselijk bezwijken. Waar nodig worden passende stempelplaten gebruikt om de belasting over een groter oppervlak te verdelen.

Ook de opbouw zelf kost laadvermogen. Tot het rijklare gewicht behoren onder andere de kraan, het hulpframe, de hydrauliektank, de pomp, steunpootconstructie en eventuele hulpstukken. Een zwaardere kraan biedt meer hijsmogelijkheden, maar kan minder nuttig laadvermogen overlaten. Bij de samenstelling moet daarom niet alleen naar tonmeter en bereik worden gekeken, maar ook naar toegestane totaal- en aslasten.

Praktijkvoorbeelden en aandachtspunten bij de keuze

Een relatief compacte autolaadkraan kan geschikt zijn voor het lossen van pallets, kleine machines, straatmeubilair of bouwmaterialen naast de vrachtwagen. Hierbij zijn een laag eigen gewicht, eenvoudige bediening en voldoende capaciteit op korte vlucht vaak belangrijker dan een extreem groot bereik.

Voor het plaatsen van dakplaten, glas, units of bouwmaterialen achter een obstakel is juist een langere hydraulische uitschuiflengte nodig. Een fly-jib kan extra horizontaal en verticaal bereik geven, maar voegt eigen gewicht toe en verlaagt doorgaans de resterende hijscapaciteit. Bij dit werk is niet alleen de maximale vlucht relevant, maar vooral wat de kraan aan het uiteinde van die vlucht nog mag tillen.

Zware autolaadkranen worden gebruikt voor machines, transformatoren, industriële onderdelen en specialistisch transport. Deze combinaties hebben vaak meerdere steunpoten, een omvangrijk hulpframe en uitgebreide stabiliteitsbewaking. De inzet vraagt veel ruimte en een nauwkeurige voorbereiding van voertuigpositie, steunpunten en hijsroute.

Bij recycling, boomverzorging en grondstoffenvervoer wordt de kraan vaak uitgerust met een grijper en rotator. De gewenste snelheid, olieopbrengst en bedrijfsduur kunnen dan zwaarder wegen dan een hoge piekcapaciteit. Een kraan die gedurende een groot deel van de werkdag beweegt, stelt andere eisen aan koeling en hydrauliek dan een kraan die slechts enkele hijsbewegingen per rit uitvoert.

Let bij de keuze van een autolaadkraan daarom op:

  • het gewicht van de zwaarste gebruikelijke last;
  • de horizontale en verticale afstand waarop die last moet worden geplaatst;
  • de beschikbare ruimte voor steunpoten en het zwenkbereik;
  • het benodigde hulpstuk en het eigen gewicht daarvan;
  • de resterende laadruimte en het nuttige laadvermogen;
  • de verdeling van de massa over de voertuigassen;
  • de gewenste bedieningswijze en zichtpositie;
  • de hydraulische opbrengst en verwachte gebruiksduur.

Veilig werken begint met het lastdiagram en de bedieningshandleiding van de specifieke kraan. Controleer vóór gebruik de opstelling, ondergrond, steunpoten, hijsmiddelen en omgeving. Houd rekening met verkeer, personen, wind en bovengrondse leidingen. Sleep een last niet zijwaarts met de giek en voorkom dat personen onder of in de directe baan van de last komen. Voor bediening, keuring en registratie kunnen afhankelijk van de kraan en werkzaamheden aanvullende eisen gelden.

De juiste autolaadkraan is kortom niet automatisch de kraan met het hoogste aantal tonmeter. Een goed samengestelde vrachtwagen combineert voldoende capaciteit op de benodigde vlucht met een stabiele opstelling, bruikbaar laadvermogen en een chassis dat bij de dagelijkse inzet past.